kindje loopt tussen de tenten, in het water

Alles droogmaken en dan bam gaat ie weer open die kraan.
Mensen over hun rug wrijven, samen even de lijnen strak spannen, de schep van opa dragen, de kinderwagen snel in de auto stouwen en mam en dochtertje een lift in de regen geven, de zeiknatte vrouwe een dikke knipoog geven en snel een regenjas toestoppen, je lolly weer weggeven terwijl je die wilde bewaren voor een moment dat je er zelf even doorheen zat.

Twee mannen helpen met een geul graven, luisteren naar de jongen die zich zorgen maakt over zijn verkouden oma. Met twee jonge vrouwen de tent leeg kieperen, liters water in je schoenen. Even schudden en weer door.
De zus lang aankijken en een beetje knikken terwijl je niet snapt wat ze bedoelt, maar je aan alles voelt dat je moet blijven staan en haar haar verhaal moet laten vertellen.

De vader helpen met het karretje dat vast zit in de klei. Begripvol sta je knikkend tussen een hele groep mannen die nee schuddend afwisselend naar jou en een enorme plas water in hun tent staan te kijken.
Een dansje mee wagen met kinderen die vol in de regen in de grote plas staan.

En dan nog iets met proberen te helpen waar je kunt, met van alles te weinig, niet wat de mensen nodig hebben (een warm bed en een kop soep en lekker tv kijken) je hebt poncho’s, droge slaapzakken, knijpzakjes en pakjes melk. Tis te kut voor woorden en toch sta je er en ga je na een lange dag naar huis, en staat je auto in de grootste plas van het hele kamp en vind je dat je niet mag zeuren omdat je zo pasta gaat eten, gaat douchen en je hoofd uit gaat zetten door Netflix te kijken en dik glas wijn te nemen.

Deze dag was vreselijk.
Dweilen met de kraan open. Juist!
En toch je best doen, vreselijk hard je best doen, en niet genoeg kunnen geven.

Tabee lieve allemaal, morgen beginnen we weer opnieuw.