Kara Tepe is leeg, ze is niet meer. Vanochtend in alle vroegte vertrok de laatste bus.

De dagen zijn vol emoties. Het grote kamp is vol, dat was het al en het is zeer frustrerend om te zien dat de mensen, die zo gevoelig zijn, zwanger, ziek, ouders van verloren kinderen en in een rolstoel er tussen gepropt worden, tussen de anderen die het al zo zwaar hebben. De emoties liepen gister en eergisteren hoog op. We slapen weinig, tot bijna niet. De dagen starten om 4.00 voor een aantal van ons, omdat om vijf uur het verzamelen begint in Kara Tepe. Wie verzint zo’n tijdstip? Mensen zeulen met een spullen, wachten uren en worden dan bij anderen ondergebracht, in een grote of kleinere tenten. Op elkaar. Gelukkig zijn er een aantal isoboxen van Kara Tepe voor de 5 mensen die echt niet in een tent kunnen. De verlamde, en de anderen in een rolstoel.

We komen voor mensen op, sussen en zeggen 100.000 keer sorry. Tis niet onze keus, never nooit niet. We housen mensen ook niet, dat is niet onze taak en zouden we ook niet doen. Maar we zijn met hen. Met eten, tekenspulletjes voor de kinderen, muziek en met schouders om op te huilen. Gister schreeuwde ik een aantal keer, zo kwaad. Zo onmenselijk. Wie dit besloten heeft, geen idee, voor hem of haar zal het een praktische keuze zijn, eentje die over nummers gaat. Wij zien de mensen. Hele dappere mensen. Met heftige verhalen. Net zoals zovelen in het grote kamp.

Nu is Kara Tepe leeg, de schommels zijn leeg, het voetbalveld, de barbershop, de Chai en alle isoboxen. Het enige leven dat er nog is zijn honderden achtergelaten dikke katten. Die zullen vermageren. Dus brachten we net maar 100 kg voer. Wat snel op is.

Wat een drama, wat een grote fout is dit. De dag is nog niet voor bij. Een tandje erboven op. Laatste beetje kracht. Die arme mensen. Wat een klap moet dit ook weer voor hen zijn. Pffff